• Piano Header V1

Klavecimbel

Het klavecimbel is de voorloper van de pianoforte en daarmee voor de hedendaagse piano en vleugel. Het klavecimbel en de pianoforte bezitten ieder hun eigen plaats in de hiërarchie van de toetsinstrumenten.

Het klavecimbel had tussen 1580 en 1780 een prominente rol in het muzikale leven van burgers en componisten. Bekende barokcomponisten als Bach, Händel, Purcell, Vivaldi en Rameau speelden en componeerden op het klavecimbel. Omstreeks 1800 verdrong de pianoforte het klavecimbel definitief. De pianoforte inspireerde componisten als Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert.

Rond 1920 en tussen 1960 en 1970 werd het klavecimbel weer even populair. In de jaren '70 diverse fabrieken die productiematig (net als piano's) klavecimbels vervaardigden. Ook werden 'bouwpakketten' geleverd en werden er allerlei modificaties toegepast. Begin jaren '80 was deze 'revival' van het klavecimbel weer over. Tegenwoordig worden het klavecimbel en de pianoforte vooral uit 'authentieke' overwegingen gebouwd en gebruikt.

Klavecimbel modellen

Er zijn diverse klavecimbel modellen, hieronder de belangrijkste:

Monocord
Eén snarig handzaam instrument welke werd getokkeld met de hand of gestreken met een strijkstok.

Polycord
Meer snarig instrument, verder gelijk aan de monocord.

Clavicord
Toevoeging van een klavier aan de monocord, de snaren waren op de klankkast gespannen en de trillingen werden d.m.v. een kam (brug) overgebracht.

Klavecimbel
Deze heeft de vorm van de hedendaagse vleugel. Het clavecimbel kreeg een vollere en luidere toon en is er in één klaviers of twee klaviers uitvoering.

Virginaal
Het virginaal is direct herkenbaar aan de rechthoekige vorm en het klavier is geplaatst aan de langste zijde. Deze aanduiding werd vooral in Engeland gebruikt, de benaming van virginaal en spinet worden door elkaar gebruikt.

Spinet
Dit is een clavecimbel met een rechthoekige (soms ook driehoekige) vleugelvorm.

Bentsidespinet
Een clavecimbel met een gebogen rechtzijwand.

Muselaer
Een spinet waarvan het klavier rechts zit (i.p.v. links of in het midden van de lange zijde).

Moeder-en-kind-spinet
Dit instrument bestaat uit twee klavieren waarvan er één klavier een klein octaafspinet is. Bij sommige instrumenten kon dit klavier ook nog worden gekoppeld.

Clavicytherium
Het clavicytherium komt niet zo heel veel voor en dit klavecimbel kenmerkt zich door een verticaal geplaatste klankkast.

Claviorganumclavicytherium
Combinatie van een kistorgel (onderklavier) met een klavecimbel (bovenklavier)

Pedaalklavecimbel
Een klavecimbel met een voetklavier (pedaal) gebouwd voor studie-instrument voor organisten.

Klavecimbel stromingen

In die tijd ontwikkelde bijna ieder land zijn eigen klavecimbel en daarmee bouwprincipes, klankkleur en speelaard. Hierdoor ontstonden verschillende stromingen:

Duitse Klavecimbelbouw
In de 18e eeuw was voornamelijk Hamburg het centrum van de klavecimbelbouw. De instrumenten waren degelijk en pompeus, maar hadden wel een zeer goede afwerking en decoraties was hen vreemd. Deze instrumenten hadden veel weg van een Franse klank maar waren iets gedempter van toon. In het midden- en zuiden van Duitsland hadden de klavecimbels een klank tussen de Italiaanse en Franse in.

Bekende Duitse klavecimbelbouwers: Hass, Zell, Mietke, Hildebrand.

Duitse componisten tussen 1650-1780: J.S. Bach, J. Pachelbel, G.P. Telemann, J. Quantz.

Engelse klavecimbels
Vooral in de 18e eeuw werden er veel Engelse klavecimbels gebouwd. Populair was met name de bentside spinetten, deze instrumenten waren zeer geschikt voor de huiskamer. Opvallend is de fraaie houtbewerking en uitvoeringen in notenhout, mahonie en palissander. Later werden er ook meer de grotere klavecimbels door de Engelsen gebouwd. De klank is harmonieus, plechtig en beschaafd.

Bekende Engelse klavecimbelbouwers waren voornamelijk Kirckman en Shudi.

Engelse componisten tussen 1650-1780: J. Blow, H. Purcell en G. Händel (woonde het grootste gedeelte van zijn leven in Engeland).

Franse klavecimbels
De Franse klavecimbels zijn gestoeld op de Vlaamse traditie. De 17e-eeuwse klavecimbels hebben een meer Italiaanse, luitachtige, klank. Op een gegeven moment werden de Vlaamse klavecimbels zo gewaardeerd door Franse musici dat dit aanleiding gaf voor Franse klavecimbelbouwers om deze te kopiëren. De meest beroemde Franse klavecimbelbouwer is Pascal Taskin (1770). De klank en afwerking van zijn instrumenten was maximaal. De meeste Franse klavecimbels waren tweeklaviers met drie registers.

Bekende Franse klavecimbelbouwers waren: Taskin, Blanchet, Hemsch, Goermans, Stehlin en Bellot.

Franse componisten tussen 1650 – 1780: J.P. Rameau, F. Couperin

Italiaanse klavecimbels
Karakteristiek aan de Italiaanse klavecimbels is hun lichte bouw en heldere klankkleur waarbij de toon niet echt zangerig is. De speelaard is door de korte toetsen meestal wat stroef en houterig. Dit is vaak terug te vinden in de muziek van Italiaanse componisten (vermijden van legatopassages). Opvallend aan de Italiaanse spinetten is de sterk geïntoneerde holle toon en ook hiervan is de speelaard vrij stroef.

Bekende italiaanse klavecimbelbouwers zijn o.a. Rossi, Boni, Baffo, Celestini en Grimaldi.

Bekende Italiaanse componisten tusen 1650-1780: A. Corelli, A. Scarlatti, G. Torelli, A. Vivaldi, D. Scarlatti, P. Locatelli, G. Pergolesi, M. Clementini, L. Cherubini

Vlaamse klavecimbels
Vlaamse klavecimbels staan bekend om hun neutrale, maar zeer goed uitgebalanceerde toon. De instrumenten werden veel steviger gebouwd dan Italiaanse, maar in de latere Vlaamse instrumenten werd de stevigheid te veel doorgevoerd en kreeg dit zijn weerslag op de klank (deze werd minder kleurrijk). Herkenbaar is een Vlaams klavecimbel aan zijn volledige decoratie en de Latijnse motto's op de binnenzijde van de deksel.

Bekende Vlaamse klavecimbelbouwers zijn o.a. Dülcken, Van der Elst, Bull en vooral de Antwerpse Ruckers-Couchet familie.

MMS 950x220

onderkant piano3